DEN HAAG (ANP) - Werkende mantelzorgers die langdurig of intensief voor een naaste zorgen, lopen vast door de combinatie van werk, zorgtaken en ingewikkelde regels voor professionele ondersteuning. Dat stellen het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens hen is een betere afstemming tussen werkgevers, zorgorganisaties en de overheid nodig om overbelasting van deze groep te voorkomen.
In 2024 combineerden 2,7 miljoen Nederlanders betaald werk met mantelzorg. Voor de meesten is dat goed vol te houden, maar de belasting neemt sterk toe bij intensievere zorgtaken. Vooral bij mantelzorgers die meer dan vier uur per week zorg verlenen. Ook kan het verlenen van mantelzorg een negatief effect hebben op het inkomen en het opbouwen van pensioen. Vooral vrouwen die intensief mantelzorg leveren en daardoor minder werken, merken de gevolgen hiervan.
Het SCP ziet dat werkgevers over het algemeen bereid zijn om hun werknemers met mantelzorgtaken tegemoet te komen. Dat doen ze bijvoorbeeld met flexibele werktijden en het verlenen van verlof. Wel zou kennis over beschikbare regelingen en ondersteuning vaak ontbreken.
Daarnaast ziet het planbureau dat mantelzorgers tegen veel administratie en verschillende loketten aanlopen en vaak zelf de zorg moeten afstemmen met hun werkgever. Dit zorgt voor extra druk op de mantelzorger.
"Een integrale aanpak waarbij mantelzorg, werk en zorg beter op elkaar worden afgestemd, is noodzakelijk om werkende mantelzorgers niet in een onmogelijke spagaat te brengen", aldus Alice de Boer, senior onderzoeker bij het SCP en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Volgens de laatste telling van het SCP zijn er zo'n 5,5 miljoen mantelzorgers in Nederland. Eind mei meldde het SCP dat de groep die zich "ernstig belast" voelt, rap is gestegen. In 2024 waren dat 600.000 mensen, terwijl dit er in 2014 nog 400.000 waren. Ook zag het planbureau een stijging in jonge mantelzorgers tussen de 18 en 34 jaar die zich ernstig belast voelen (12 procent). Die groep verdubbelde zich in vergelijking met 2014.