DEN HAAG (ANP) - Het Nederlandse bedrijfsleven krijgt als het aan het kabinet ligt een grotere rol in de wederopbouw van Oekraïne na de oorlog met Rusland. Minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) is in Kyiv om daarover te praten, samen met voorzitter Coen van Oostrom van werkgeverskoepel VNO-NCW.
Sjoerdsma maakt tijdens zijn bezoek ook bekend hoe de in totaal 1,2 miljard euro wordt besteed die in het coalitieakkoord en op Prinsjesdag is vrijgemaakt voor niet-militaire steun aan Oekraïne. De nadruk ligt daarbij op hulp bij het herstellen van verwoeste energie-infrastructuur en watervoorzieningen. Ook wordt een deel van het geld besteed aan maatregelen om zakendoen in Oekraïne voor bedrijven makkelijker en minder risicovol te maken.
"Steun voor herstel en wederopbouw kan niet wachten tot een staakt-het-vuren", zegt de D66-bewindsman. "Oekraïne heeft ons nu nodig. Militair, maar ook maatschappelijk en economisch. Hoe goed je het ook doet op het slagveld, energiesystemen, ziekenhuizen en voedselproductie moeten ook blijven draaien. Overheden kunnen dit niet alleen, de rol van bedrijven is daarbij cruciaal."
Coalitieakkoord
Van Oostrom vindt het "indrukwekkend om hier te zien hoe Oekraïne onder zware omstandigheden zijn economie draaiende houdt". Hij ziet tegelijkertijd dat de wederopbouw "een enorme opgave" wordt. "Nederlandse bedrijven kunnen daarin een belangrijke rol spelen", aldus de werkgeversvoorman. Daarvoor moeten wel "obstakels" worden weggenomen.
Nederland blijft Oekraïne ook helpen bij het opsporen en ondersteunen van ontvoerde Oekraïense kinderen. Verder loopt de steun door op het gebied van huisvesting, humanitaire hulp, gezondheid, geestelijke en psychosociale zorg, ontmijning, democratie en rechtsstaat en herstel van cultureel erfgoed.
In het coalitieakkoord werd al bijna 900 miljoen euro vrijgemaakt voor niet-militaire steun aan Oekraïne. Op Prinsjesdag kwam daar nog eens ruim 300 miljoen euro bij. Een groot deel van deze steun loopt via de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), de Wereldbank en de Europese Investeringsbank (EIB).