DEN HAAG (ANP) - Niemand wilde een avondklok instellen om de coronapandemie te bestrijden, maar door een gebrek aan alternatieven kwam die er toch. Dat zei toenmalig minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) woensdagochtend bij haar verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona. Aanvankelijk verzette ze zich tegen de maatregel, maar gaandeweg raakte ze ervan overtuigd.
Vanaf de eerste lockdown duurde het een klein jaar voordat in januari 2021 een avondklok werd ingesteld. Tussen 21.00 en 04.30 uur moest iedereen binnenblijven, met uitzondering van mensen die een geldige reden hadden om naar buiten te gaan.
Ollongren vond een avondklok "gevoelsmatig zeer ingrijpend" en vond dat dit vermeden moest worden als het maar enigszins mogelijk was. Ze raakte toch overtuigd toen het Outbreak Management Team inschatte dat de verspreiding van het virus hierdoor met 8 tot 13 procent kon worden ingedamd. Andere maatregelen, zoals het beperken van het bezoek aan huis, hadden minder effect.